Home / Rechtshulp / Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomst

Arbeidsovereenkomst

Op basis van art. 7:610 BW zijn er drie essentiële elementen om te spreken van een arbeidsovereenkomst:

  1. De werknemer dient arbeid te verrichten;
  2. in dienst van de werkgever;
  3. Tegen betaling van loon.

De civiele rechter beoordeelt of voldaan is aan alle drie elementen om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De interpretatie en kwalificatie van de overeenkomst is hierbij niet doorslaggevend (HR 8 april 1994, NJ 1994, 704 (AGFA-arrest)). De civiele rechter kijkt naar wat partijen hebben beoogd.

Arbeid

Arbeid in de zin van het BW kan van alles betekenen. Er kan sprake zijn van lichamelijke of geestelijke arbeid. Het kan zelfs gaan om passieve arbeid waarbij een nachtzuster in een ziekenhuis slaapt. De plaats van de arbeid is niet van belang, thuiswerk kan toch arbeid in de zin van 7:610 BW opleveren. (HR 17 november 1978, NJ 1979, 140 (IVA/Qeijssen)).

In dienst van de werkgever

Om te spreken van een arbeidsovereenkomst dient er sprake te zijn van ondergeschiktheid aan de werkgever (7:610 en 7:660 BW). Hiermee onderscheidt de arbeidsovereenkomst zich van andere contracten zoals aanneming van werk (art. 7:750 BW) en de overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW). Ondergeschiktheid houdt in dat de werkgever de bevoegdheid heeft om aanwijzingen te geven.

Tegen betaling van loon

Een materiële vergoeding voor verrichte arbeid is essentieel om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst. De voor de hand liggende loonvorm is geld maar andere vormen van loon (bijv. loon in natura) zijn ook toegestaan. Deze drie elementen zijn vereist om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst. Een handtekening onder een arbeidscontract lijkt noodzakelijk, echter dit is niet het geval. De arbeidsovereenkomst is vormvrij en kan dus ook mondeling worden overeengekomen. Wanneer er onduidelijkheid bestaat over het bestaan van een arbeidsovereenkomst helpt het BW ons verder met het rechtsvermoeden uit art. 7:610a en art. 7:610b BW. Zelfs zonder de intentie een arbeidsovereenkomst te creëren kan deze toch ontstaan wanneer iemand:

  • gedurende drie opeenvolgende maanden;
  • minimaal twintig uren per maand of wekelijks (ongeacht het aantal uren);
  • tegen beloning door die ander arbeid ten behoeve van die ander verricht.

Wanneer er geen arbeidsovereenkomst of onduidelijkheid over de arbeidsovereenkomst is kan de werknemer een beroep doen op bovenstaande regeling en een arbeidsovereenkomst claimen. Voor de arbeidsomvang van de arbeidsovereenkomst geldt ook een rechtsvermoeden wanneer er niets is afgesproken of de feitelijke situatie erg afwijkt van hetgeen is afgesproken. Art 7:610b BW stelt dat bij een arbeidsovereenkomst die langer heeft geduurd dan drie maanden het volgende rechtsvermoeden geldt:

  • de omvang van de gemiddelde omvang van de arbeid;
  • per maand;
  • in de drie daaraan voorafgaande maanden.

Dit rechtsvermoeden geeft de werknemer de mogelijkheid om arbeidsuren te claimen van de werkgever. (HR 13 oktober 2001 (Huize Bethesda/Van der Vlies)).

Bereik ons via onze online chatmogelijkheid of neem naam telefonisch contact met ons op voor het maken van een afspraak. Tevens zijn wij altijd bereikbaar per e-mail bereikbaar. 

    Voordelig
    Wolderwijd Juristen is voordelig
    Vaste lage tarieven
    Gedreven
    Wolderwijd Juristen is gedreven
    Nuchter en gedreven
    Actueel
    Wolderwijd Juristen is gericht op resultaat
    Altijd up to date
    Bereikbaar
    Wolderwijd Juristen is bereikbaar
    Gemakkelijk bereikbaar
    Volg Wolderwijd

    Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Volg ons op Google+ Volg ons op LinkedIn Volg ons via RSS