Home / Actueel / Aanzegverplichting: werknemer verzoekt om betaling aanzegvergoeding

Aanzegverplichting: werknemer verzoekt om betaling aanzegvergoeding

leestijd 3 minuten. mr. Jeroen Kaspers in arbeidsrecht op 01 augustus 2016.

Op onze website is al veel geschreven over de aanzegverplichting die werkgever heeft bij het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst. De plicht tot aanzegging houdt in dat de werkgever verplicht is om bij het einde van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of langer, de werknemer minimaal één maand voor het einde van het dienstverband schriftelijk te informeren of de arbeidsovereenkomst wordt verlengd of niet.

Een werkgever moet een werknemer dus informeren over het wel of niet verlengen van de tijdelijke arbeidsovereenkomst. Deze plicht (op basis van artikel 7:668 van het Burgerlijk Wetboek) geldt altijd en voor elk tijdelijk contract van langer dan zes maanden. Toch is sinds twee weken de eerste uitzondering op de aanzegverplichting van werkgever door een rechter aangenomen. Al kon de werknemer (die de procedure startte) deze uitkomst al wel verwachten.

Verzoek tot betaling van aanzegvergoeding

Een werknemer met een jaarcontract heeft de kantonrechter verzocht om zijn (ex)werkgever te veroordelen tot het uitbetalen van de aanzegvergoeding. De werkgever was niet tevreden over het functioneren van de werknemer en partijen hebben uitgebreid onderhandeld over een oplossing. De oplossing was dat de werknemer zijn werkzaamheden per oktober 2015 kon staken en dat werknemer tot het einde van het dienstverband (1 maart 2016) werd vrijgesteld van alle werkzaamheden. Vervolgens schrijft werknemer aan de klanten: "Het was mij een eer en genoegen om je van dienst te mogen zijn en ik wil je bedanken voor onze zeer prettige samenwerking." en wordt er een afscheidsbijeenkomst gehouden. Werknemer levert op verzoek van werkgever zijn laptop en telefoon in en werknemer mailt nog naar de leidinggevende met de woorden "Het gaat jullie goed".

Een maand nadat het dienstverband (formeel juridisch) eindigt dient werknemer een verzoek in bij de rechtbank om de werkgever te veroordelen tot het betalen van een aanzegvergoeding. De werkgever heeft (nog) niet voldoende te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en bovendien is de aanzegverplichting ook niet schriftelijk aan werknemer te kennen gegeven, aldus werknemer.

Kantonrechter over aanzegverplichting

Werkgever heeft inderdaad niet voldaan aan de wettelijke verplichting om de werknemer uiterlijk een maand voor het einde van een tijdelijk contract van langer dan zes maanden schriftelijk op de hoogte te stellen of het contract wordt verlengd of niet. De rechter concludeert vervolgens dat de wetgever met deze wettelijke plicht heeft willen voorkomen dat een werkgever wel al mondeling aan de werknemer toezegt de arbeidsovereenkomst te verlengen, maar deze toezegging vervolgens niet nakomt en de werknemer alsnog na het einde van het dienstverband op zoek moet gaan naar een nieuwe baan. Het wetsartikel beoogd de positie van de werknemer te versterken. De eis van werknemer is in strijd met de redelijkheid en billijkheid en kan om die reden niet worden toegewezen. De werknemer heeft afscheid genomen van klanten en collega's, alle werkspullen ingeleverd en nimmer meer een verzoek tot werkhervatting gedaan bij werkgever. Kortom, bij werknemer heeft op geen enkel moment onzekerheid bestaan over het feit dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Het kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest om in een geval als deze toch aanspraak te kunnen maken op een aanzegvergoeding. De rechter wijst het verzoek van de werknemer af.

Conclusie aanzegverplichting

Zoals uit het de parlementaire wetsgeschiedenis WWZ (33 818) blijkt, beoogt de wetgever met de in artikel 7:668 BW neergelegde wettelijke aanzegtermijn werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst (meer) zekerheid te bieden met betrekking tot de vraag of de tijdelijke arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de overeengekomen termijn al dan niet door de werkgever wordt voortgezet. In zoverre beoogt het wetsartikel de positie van de werknemer te versterken. De positie van werknemer is echter niet heilig. Deze uitspraak toont maar weer dat het vaak om de bedoeling van de wet gaat. De regel zelf is zeker niet alijd zaligmakend. De werknemer, maar ook diens jurist, zal dit aspect altijd moeten meewegen.

Heeft u een vraag over de aanzegverplichting of de aanzegvergoeding? Neem dan contact met ons op om vrijblijvend te sparren. Onze juristen staan zowel werkgevers als werknemers bij dus kunnen een (mogelijk) conflict van beide kanten inschatten.

mr. J.A. Kaspers

mr. J.A. (Jeroen) Kaspers

Jurist en Mediator

Jeroen adviseert en procedeert op het gebied van arbeidsrecht, bestuursrecht, contractenrecht en huurrecht. Volg Jeroen ook op Google+ en LinkedIn. Bereikbaar via kaspers@wjuristen.nl of 036 522 7007.

Meer van mr. J.A. Kaspers over arbeidsrecht:

Vorige: In beroep tegen gegeven ontslagvergunning UWV
Volgende: Kan werkgever vestiging of locatie wijzigen?

    Voordelig
    Wolderwijd Juristen is voordelig
    Vaste lage tarieven
    Gedreven
    Wolderwijd Juristen is gedreven
    Nuchter en gedreven
    Actueel
    Wolderwijd Juristen is gericht op resultaat
    Altijd up to date
    Bereikbaar
    Wolderwijd Juristen is bereikbaar
    Gemakkelijk bereikbaar
    Volg Wolderwijd

    Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Volg ons op Google+ Volg ons op LinkedIn Volg ons via RSS